Globaal
over hoe de mens blijft falen een écht intelligente soort te zijn
Ik ben naar de site gesurft van die Febeliec. Daar staan heel rationele zaken te lezen. Over te dure windmolenparken op zee die worden uitgesteld, en daardoor enkel geld kosten. Over de concurrentie die oneerlijk is met andere landen. Over hoe de industrie op een andere manier met de klimaatverstoring omgaat.
Dat er jobs zullen verloren gaan als we ons niet pragmatisch aanpassen aan de nieuwe situatie.
Ze deden mij twijfelen. En toch is het volgens mij wereldvreemd om te opperen die kerncentrales terug te openen.
Ik denk dat men met paardenkleppen op enkel kijkt naar hoe de productie kan worden opgevoerd, aan een zo goedkoop mogelijke prijs.
Het is zo’n soep. Deze wereld waarin de ene helft de andere helft het licht in de ogen niet gunt. Letterlijk.
Wat moet ik zeggen tegen mijn kinderen? Over die klimaatverstoring? We kunnen best geen hout in de kachel steken jongens, want dat is slecht voor de ozonlaag.
Het lijkt allemaal geen zin meer te hebben. Ik moet vaak denken aan een interview met Wannes Gyselinck. Ik heb het even opgezocht, uit 2019. Daarin zei hij het volgende :
‘Met klimaatcrisis gaat climate despair gepaard’, zegt hij. ‘Wetenschappers die er dag in dag uit mee bezig zijn, kunnen ervan meespreken. We zijn in rouw. Je ziet alle fasen passeren: ontkenning, boosheid, verdriet om iets wat onherstelbaar verloren gaat, onzekerheid over wat komt. Door haar rituele karakter kan kunst een plaats geven aan die rouw. Eerder dan in de representatie van de klimaatcrisis, moet je daar de functie zoeken. In catharsis, troost.’
Er is een nieuw Groot Verhaal nodig. Troost voor de mens op het einde van het antropoceen. ‘Als ik uw lezers een goede tip mag geven’, besluit Wannes Gyselinck. ‘Lees het boek Radical hope. Ethics in the face of cultural devastation (2006) van Jonathan Lear. Het gaat over het kunnen loslaten van wat geweest is, hoe de wereld nu nog even is. Het zegt: zie de catastrofe onder ogen, laat de wanhoop toe en puur daar daadkracht uit. Het is niet te verwarren met optimisme. Het is een hoop die de onzekerheid omarmt, de durf om de toekomst in te gaan met onzekere scenario’s.’
Het is mij altijd bijgebleven, die uitspraak. ‘We zijn in rouw’.
En dat is denk ik het enige juiste gevoel.
Al moet ik eigenlijk eerlijk zijn en ‘rouw’ vervangen door ‘fatalisme’ of ‘wanhoop’. Zoiets.
De klimaatverstoring kan énkel worden vertraagd, niet meer worden tegengehouden.
Kerncentrales zijn eigenlijk vrij goed voor het milieu. Enkel windmolenparken op land doen beter. Tot het verkeerd gaat uiteraard. Maar de veiligheidssystemen zouden heel accuraat zijn in ons land. Logisch, want een kernramp in pakweg Doel zou het einde van ons land betekenen.
https://www.vrt.be/.../kernenergie-de-oplossing-voor-het.../
Het gaat om iets anders. Het gaat om één principe dat onze aarbol naar de zak zal helpen : CONCURRENTIE ten gevolg van KAPITALISME.
En daarnaast nog enkele extraatjes zoals populisme, godsdienstwaanzin, patriottisme, eeuwenlange vetes en allerlei uitwassen daarvan.
Er zou maar één manier mogen zijn waarop deze toestand wordt aangepakt : WERELDWIJD. Als er namelijk aan één zeel zou worden getrokken, dan zouden we energie genoeg kunnen opwekken, op de best mogelijke manier. Als we nu eens eindelijk zouden afstappen van elkaar de loef afsteken, elkaar met de vinger wijzen zoals kleine kinderen, de feiten onder ogen zien, en daar met alle kennis die er is oplossingen voor zoeken. Los van concurrentie en winst maken.
Dan zou de winst globaal zijn. Dan zou de mens tonen dat het écht een intelligente soort is.
Nu is de mens een joke. Eerst dingen afschaffen, machines verkopen, dure plannen maken om de boel op te ruimen, allerlei vergaderingen, dagen- maanden- jarenlang. Om dan te zeggen :
‘We gaan een rechtszaak aanspannen als je die dingen niet terug opendoet, want wij moeten produceren.’
Het is zo kortzichtig allemaal. Het is zo onvoorstelbaar.
En toch is al die flauwe, opgewarmde prut waar men het over heeft, onder die mannetjes en vrouwtjes met macht die beslissen over miljarden anderen zo alledaags als de zon die opkomt, vooralsnog.



