Hold your own
(liefde & vertedering)
Al dagenlang, sinds mijn lief mij het gesprek met Bart Schols en Soundos liet zien (de avond na de uitzending (5 februari), loop ik erover na te denken. Over de mannen versus de vrouwen. Over de meisjes versus de jongens. Over de jongens versus de andere jongens. Over de straat en over veilig thuis. Wat mij naast die o zo duidelijke en niets aan de verbeelding overlatende in your face, op Amsterdamse leest geschoeide reactie van Soundos enorm is bijgebleven is de zoals altijd rake opmerking + bedenking van Sarah Van Liefferinge (een heldin die les geeft aan alle kinderen die in haar klas. terecht komen, oprichter van de Piratenpartij zoveel jaar geleden, én iemand die zo helder schrijft dat haar boek een bestseller worden zal). Sarah schreef dit :
Weet je wie er ook last heeft van onveiligheidsgevoel op straat? tienerjongens.
ik besefte dat pas voor het eerst goed in Marseille, toen ik daar was met een ex, en ik nonchalant buurten binnenwandelde waarvan hij zei: zijt gij nu helemaal zot geworden? of wilt gij per se in elkaar geslagen worden?
in elkaar geslagen? ik snapte niet waar hij het idee vandaan haalde.
en hij vertelde dat opgroeien als jongen in Bxl betekent dat je ogen op je rug kweekt, dat je je in groep verplaatst, eventueel met een mes op zak, als je niet afgerost wil worden, of beroofd van een bal, een skateboard, een joint.
ach zo. deze informatie was toen compleet nieuw voor mij.
maar een vorige Gentse Feesten zat een vriendin van me twee dagen aan het ziekenhuisbed van haar vijftienjarige zoon, toen zijn neus in de prak was geslagen door een andere tienerjongen. de reden? god mag het weten.
het heeft waarschijnlijk iets te maken met ontluikend testosteron. jonge stieren worden ook weggehaald van de kudde, waarna ze op een stukje land alleen staan te sippen. immens triest vind ik dat, maar wat weet ik van stieren? misschien spiesen ze andere stiertjes inderdaad wel op hun hoorns in het midden van de nacht, als ze niet van elkaar worden gescheiden.
feit blijft dat we jongens - bewust of onbewust - leren dat ze blij mogen zijn, of boos. en dat we meisjes leren dat ze blij mogen zijn, of triest. dat is het aanvaarde scala van emoties op basis van gender. een kwade vrouw of een wenende man? o jee, dan gaan de poppen aan het dansen, dan is de goegemeente plaatsvervangend beschaamd, dan schieten de sociale controlemechanismen in werking. nog steeds.
maar de tijden veranderen. je voelt het oude en het nieuwe denken schuren, tussen culturen, tussen ons, in ons.
ik wens mannen wat meer ruimte voor tristesse, en vrouwen voor woede, zodat we allemaal volwaardig mens kunnen zijn, in plaats van de bordkartonnen stereotypjes die verwacht worden van ‘een echte man’ en ‘een echte vrouw’.
en meer blijdschap, dat wens ik elk mens toe. MAAR OOK NIET TE VEEL, HEEEE!
Dat schreef Sarah. En ik las het. En ik herkende stukken (denkend aan mijn eigen jeugd) en over andere toekomstige stukken (de jeugd van mijn tweeling in Brussel) maakte ik mij grote zorgen. Om te beginnen heb ik het ook meegemaakt. Opgroeien in Oostende, als jongen in de jaren ‘80, ‘90 was heftig. Heel heftig zelfs. Mijn eerste statement ooit heb ik gemaakt op 17-jarige leeftijd, zittend aan de toog van het ter ziele gegane café De Peppermint. Er werd geroepen : d’Ingelsche zien doaaaa!!!!’ En het ganse café stormde leeg. De Engelsen waren gearriveerd. En dat betekende dat er geknokt diende te worden. Ik ben toen blijven zitten en heb het volgende tegen de barman van dienst gezegd : ‘Mag ik een chocomelk alsjeblieft?’ Ik ben het nooit vergeten, die reactie : ‘Wa moe j’en?’ ‘Een cecemel o je wilt.’ En daar zat ik in een leeggelopen café, met een cecemel. Omdat ik niet wilde vechten. Ik had daar totaal geen zin in. Het was ook levensgevaarlijk. Eén van mijn vrienden kwam even later het café terug binnen, met een grote snee in zijn kaak, van een glas. Ik schrok. Hij zei stoer : ‘je zou die andere kerel eens moeten zien.’ Ze droegen in Oostende cowboylaarzen met ijzeren toppen op, en ze hesen zich op aan de schouders van hun vrienden, ze sprongen, en trapten recht in het gezicht. Ik heb brommers door de lucht zien vliegen, skateboards op hoofden zien belanden, ruiten zien sneuvelen, zelfs ooit iemand een kassei op het hoofd van zijn chargerende vriend zien gooien. En al wat ik kon doen was zorgen dat ik zelf geen klappen kreeg. Hoe ik dat gedaan heb? Meestal door te maken dat ik weg was vooraleer het gebeurde. Een andere tactiek was bevriend raken met de zwaarste gasten. Zo waren er vaak momenten waarop de zin : ‘gie got op je mulle en van mien.’ door mij werd gecounterd met een ‘jow, hoe is ‘t?’ tegen de kerel die naast de bijna-agressor stond. Waarop de eerste : ‘ken je gie den deen messchiens?’ Waarop de visser met handen die zo groot waren dat je er écht geen klap van wilde krijgen tegen zijn maat antwoordde ‘teurlik kenne kik hem, en je go van hem bluven of j’e me mien te doen!’ En zo overleefde ik in de jaren ’80 en ’90 in Oostende. Eén keer heb ik zelf een klap uitgedeeld. Dat ging zo. Samen met mijn vriend Alex had ik gedeejayd, in het casino, het was al licht, we wandelden in de Van Iseghemlaan en er passeerde een kerel op zijn brommertje. Wij waren extravagant gekleed, brede broekspijpen, een jeansjasje zonder mouwen, wellicht iets met een bloemenmotief… dus riep die jongen ons toe : ‘Chocoooos!’ Wij riepen iets terug, waarop hij zijn brommer op de grond gooide en Alex achterna liep die richting café de Brazzaville liep. Die kerel sprong op Alex, waarop ik - het leek wel minutenlang te duren, maar het waren seconden - niet anders kon dan mijn vriend ter hulp te… springen. Ik ben op die kerel gesprongen terwijl ik hem op zijn hoofd sloeg. Waarop het ganse café riep : ‘Het zijn Cheyne en Alex!’ Waarop die jongen het moest bekopen dat hij ons niet gewoon met rust had gelaten, want hij werd het café uitgeveegd door iedereen die ons herkend had. Ook hier werd ik dus opnieuw gered door anderen te kennen die wél wisten hoe ze moesten vechten op straat.
En toch, ik kijk daar allemaal niet met grote vreugde op terug. Wat een toestanden. En het blijft maar duren. Zo werd de zoon van onze buurman in Knokke in elkaar geslagen door rijkeluiszoontjes uit Nederland. Zonder reden. Verkeerde plaats, verkeerd moment, verkeerde blik gewisseld. Enkele ogenblikken later : Bam. Knie kapot.
Mannen die het helemaal verliezen. Onlangs las ik dit, er stond een foto van een illusionist bij, het was zogezegd een relaas van die kerel :
Als een willekeurig persoon op straat naar je toe zou komen, klaar om te vechten, en hij zou je vragen: “Waar kijk je naar?” Hoe zou je als reactie daarop zijn?
De illusionist Derren Brown heeft een interessante benadering van deze situatie: “Het gaat er simpelweg om dat je niet met je agressor omgaat op het niveau dat hij of zij verwacht. Ik kwam op een avond rond drie uur ‘s nachts terug uit een hotel en er was een man op straat met zijn vriendin. Hij was echt dronken, duidelijk op zoek naar ruzie, en hij kwam dreigend op mij af. Ik hab een strategie in mijn hoofd voor dit soort situaties en bij deze gelegenheid werkte het uitstekend. Hij stelde me die typische agressieve retorische vraag: ‘Wil je ruzie?’
Je kunt geen ‘ja’ of ‘nee’ zeggen; je wordt hoe dan ook geraakt. Dus antwoordde ik met: “De muur buiten mijn huis is anderhalve meter hoog.”
Ik deed niet mee op het niveau dat hij van mij verwachtte, dus hij stond meteen op achterstand. Hij kwam terug met: “Wat?” en ik herhaalde mijn bizarre reactie. Ik bracht de zin op een volkomen nuchtere toon uit, alsof hij degene was die hier iets miste. Plotseling was hij in de war. Al zijn adrenaline was weggevallen, omdat ik het kleed onder hem vandaan had getrokken. Het is de verbale versie van een vechtsporttechniek die een ‘adrenalinedump’ wordt genoemd, waarbij je de persoon laat ontspannen voordat je hem raakt. Een klap zal een veel grotere impact hebben als de ontvanger niet op zijn hoede is.
Ik bleef bij dit surrealistische gesprek met mijn aanvaller en zei dingen als: “Ik heb een tijdje in Spanje gewoond en de muren zijn echt enorm, maar in dit land zijn ze klein.”Na een paar van deze uitwisselingen zei hij gewoon: “Oh f * ck!” en barstte in tranen uit.
De man had al die adrenaline en stond op het punt om echt me te lijf te gaan – ik zag mezelf tot bloedige pulp geslagen worden – maar deze niet-bedreigende onzinverklaringen braken die agressie af en hij begon echt te huilen. Uiteindelijk ben ik naast hem op de stoep gaan zitten om hem te troosten.”
Mooi verhaal. Ik denk dat het in sommige gevallen ook écht kan werken. Ik ken echter uit eigen ervaring meteen tien venten bij wie dit niet pakken zou. Die zouden je toeroepen dat je geen zever moet verkopen en je zonder twijfelen een oplawaai verkopen omdat ze er eenvoudigweg niks van verstaan van dat verhaal over je muurtje. Die zouden allerminst in huilen uitbarsten.
Onlangs hoorde ik in de eerste aflevering van de overigens zeer goeie podcast van Johan Terryn ‘aanwezig’ Jeroen Leenders de opmerking maken dat hij altijd klaar was om te reageren. Dat zijn schouders àltijd gespannen waren. Dat hij àltijd iedereen scande om te overwegen wat hij zou moeten doen als het tot een handgemeen kwam. Hij schatte zijn kansen in. De comedian in hem wist het met een grapje wat te maskeren, maar je hoorde dat de gedachte aan hoe hij zich vroeger voelde van diep kwam. Ik ga mij niet uitlaten over de oorzaak van Jeroen zijn àltijd klaar zijn om te reageren, zijn nooit afnemende staat van paraatheid. Maar dat het een trauma uit zijn jeugd is, dat bijna zeker door een man is veroorzaakt, dat staat buiten kijf. Dit is de aflevering, die verder over aanwezig zijn gaat. Op het eind tracht Jeroen uit te leggen hoe hij langzaam maar zeker zijn verleden wat heeft kunnen plaatsen door zich te laten helpen met therapie, en een andere, mogelijke Jeroen heeft ontdekt.
Het kwam er bovenop. Boven op al die gedachten. Al die gedachten die telkens op hetzelfde neerkomen. Sommige mannen, vaders, zonen, jongens, ex-vriendjes, ex-mannen weten zich niet te gedragen. Kunnen zich niet inhouden, bedwingen, of hebben het zelfs nodig om geweld te gebruiken.
Terwijl ik dit schrijf denk ik aan die ‘rage rooms’. Doordat ik eraan dacht, ben ik eerst eens even enkele filmpjes gaan bekijken. En in de meeste van die filmpjes zie je dus vrouwen dingen kapot slaan. Zou het kunnen dat vrouwen véél meer frustratie en woede opkroppen dan mannen? Al zullen er wellicht evenveel mannen in rage rooms wat stress proberen af te reageren. Het ziet er ‘fun’ uit, althans, zo wordt het gebracht. Ik weet niet wat ik ervan denken moet. Zoveel frustratie, zoveel stress. Zo’n drang om dingen kapot te maken. Zelfs al is het ‘maar om te lachen.’ Het blijft ergens verontrustend. Zeker omdat het als ‘iets dat deugd doet’ wordt gepercipieerd.
Deze ochtend ging het op Radio 1 over ‘veilig of onveilig’. De cijfers liegen er niet om. Vrouwen hebben veel meer reden om zich onveilig te voelen. Thuis, bij het beëindigen van een relatie, op straat. Maar dus ook jonge jongens die uitgaan. Bij uitzondering is het eens een man die door zijn vrouw mishandeld wordt, zoals dat rare geval in Grobbendonk met al die honden. Maar doorgaans zijn het mannen die vrouwen of andere mannen (jongens die andere jongens aanvallen) mishandelen, verkrachten, zélfs vermoorden.
In 2019 was Astrid Haerens het beu. Ze schreef een gedicht, het werd vertaald in het Frans. We hebben het op één en dezelfde nacht over het ganse land verdeeld. Astrid kwam op het journaal en deed haar verhaal. Net als Lotte Dodion deed Astrid haar verhaal heel rustig. Maar met een blik in de ogen die niets aan de verbeelding over liet. Namelijk : STOP. Genoeg is genoeg. Lotte heeft het heel duidelijk over mensen. Omdat ze ook toen al inzag dat het niet enkel over vrouwen gaat. Het gaat evengoed over mannen, van welke geaardheid dan ook die zich onveilig voelen, die bang zijn.
Het contrast met Soundos is er. Maar het is niet zo groot als het lijkt. Ja, Soundos verheft haar stem en is héél stellig. Maar dat is haar aard. Zowel Astrid als zij hebben het over dezelfde daden waar ze genoeg van hebben.
Actie van Partij Voor De Poëzie : Signaal STOP (Astrid Haerens)
Beschrijving van de actie in de online tentoonstelling van Partij Voor De Poëzie op Paukeslag
Waar ik enorm vaak aan gedacht heb, de voorbije dagen is het volgende : hoeveel van die jongens, van die mannen, die dergelijke daden plegen, of die een dergelijke aard hebben zien of horen deze aanklachten?
Wellicht meer dan we allemaal denken. Denk maar eens terug aan die kerel die het appartement van zijn ex in brand stak, terwijl hij dacht dat er niemand thuis was, en zo zijn eigen twee kinderen in brand stak.
‘Man gooide een brandend ZIP-aanmaakblokje door het open raam van de veranda ineen kartonnen doos met oud papier, terwijl Brems en haar kinderen boven sliepen.’
Zo lees ik als ik het even opzoek. Op de foto staat een ‘duts’ van een vent. Een sukkelaar die in een vlaag van complete zinsbegoocheling een dergelijke daad stelt. Zijn eigen leven, dat van zijn vrouw en al helemaal dat van zijn twee kinderen in een impuls vernietigt.
Altijd opnieuw slaan de stoppen door bij mannen die niet weten van welk hout pijlen maken.
Het is zo complex, dit ganse probleem dat het bijna niet te doen is om erover te schrijven. Het verschil tussen de verschillende mannen is zo enorm. Je hebt de jongens die zich gesterkt voelen door de groep, en dan heb je de lone rangers die langzaam maar zeker de feiten laten rijpen in hun gedachten vooraleer ze deze daadwerkelijk plegen.
De ene doet het om geaccepteerd te worden door de andere jongens of mannen, omdat hij niet weet wat anders te doen dan grotesk geweld plegen, of meisjes lastigvallen om te tonen dat hij wél durft wat de anderen niet durven.
Of er is de eenzaat die zich tekort gedaan voelt door alle vrouwen en toeslaat op een moment dat hij zichzelf overhaalt dat zijn moment gekomen is.
Ik ben ook een man. Ik heb beide soorten nooit begrepen. Ik heb nooit gevochten om erbij te horen. Met mijn broer en met een enkeling op de speelplaats die mijn bal wegtrapte, en ooit ook omdat ik gepest werd. Maar nooit om te tonen aan de anderen dat ik een ‘echte man’, één van hen was.
En met vrouwen begrijp ik het al helemaal niet, dat mannen hun handen niet kunnen thuishouden, of vrouwen als minderwaardige wezens die moeten luisteren benaderen. Ik kan daar eenvoudigweg niet bij dat daar nog steeds geen consensus over bestaat.
Het blijft waanzin dat vrouwen moeten blijven ‘vechten’, opkomen, luid roepen in televisiestudio’s voor hun veiligheid, voor hun vrijheid.
Daar schreef ik in 2019, in het kielzog van Astrid, en na een gesprek met mijn dochter en vrouw dit gedicht over, het staat in mijn dichtbundel ‘Noodzakelijk Kwaad, Altijd weer het Dansen (vormgegeven door Sébastien Conard) :
Toen het er deze ochtend op de radio opnieuw over ging, en je muziek kon insturen, die je met de feiten associeerde, dacht ik tenslotte ineens heel nadrukkelijk aan ‘hold your own’ van Kae Tempest.
Het lied werd niet gespeeld. Ik doe het dan maar zelf, nog eens, hier, in ons veilige huis. Het lied is één van de ultieme odes aan de liefde. Aan de liefde voor wie je graag ziet. Om te mogen zijn wie je bent. ‘Hold your own.’ ‘Love is a Mission.’ Het gaat over beslissingen. Het gaat over liefde. Het gaat over intimiteit. Over tederheid. ‘Hold their face in your hands.’ Ach, ik kan beter de hele tekst hieronder zetten. Ondertussen ben ik aan het huilen. Ik moet vaak huilen als ik Kae Tempest hoor.
Kae Tempest is een soort ‘Vessel’, iemand die collectieve gevoelens verwoorden kan zoals weinigen dat doen.
Na deze ochtend, denkend aan mijn eigen jongens, denkend aan mijn dochter (Emma is ondertussen 26) die moedig elke dag de straten overleeft en van zich afbijt als het nodig is, denkend aan mijn lieve vrouw die niet door het park naar huis durft fietsen, denkend aan iedereen die bang is, of tracht om trauma’s een plaats te geven, net aan het geweld is kunnen ontsnappen, of wie rouwt om wie het niet heeft gehaald, als ik aan al die mensen denk, dan is er maar één antwoord, dan is er volgens mij maar één oplossing, en die oplossing ligt in het opvoeden van de jongens, de mannen van morgen.
Ik weet nu al dat mijn twee jongens nooit meisjes zullen lastigvallen, onheus bejegenen. Ik weet nu al dat mijn twee jongens, die nu 13 zijn nooit andere jongens in elkaar gaan kloppen, samen met hun vrienden. Ze zullen het nooit doen. Punt. Omdat het jongens zijn die liefde krijgen, elke dag, en vertedering, en lessen in waarden en wat belangrijk is. Ach, ze zijn nog groen achter hun oren, en momenteel vooral momenteel nog nét (het zal sneller keren dan wij door zullen hebben denk ik) ongeïnteresseerd in meisjes, of wie weet andere jongens… maar elke dag geldt bij ons thuis waar Kae Tempest voor pleit : ‘hold your own.’
Als iedereen nu eens eindelijk zijn zonen opvoeden zou met liefde en vertedering, ruimte voor gevoelens, ook de vaders, niet enkel de moeders, dan zou er misschien, heel misschien iets kunnen veranderen, denk ik. Ja, ook de vaders, vooral de vaders. Want we kennen de mannen met twee gezichten. Engeltjes en lammetjes als hun mama in de buurt is, maar beesten als ze elkaar ophitsen in het donker van hun bestaan. Ik weet het niet, want ik heb het nooit gekend, mijn vader was eenvoudigweg grotendeels afwezig, maar ik kan mij voorstellen dat sommige vaders niet meteen afkeurend reageren op wat macho- of ‘mannelijk’ gedrag.
Nog een laatste fenomeen is dat jongens (en meisjes evengoed) vaak vanaf hun 12 jaar te horen krijgen dat ze het nu zelf maar moeten uitzoeken. Alleen ontbijten, alleen naar school, alleen naar de voetbaltraining, alleen dit, alleen dat… Allemaal in het kader van het grote Zelfstandig zijn. Daartegenover staan de zogezegde helikopterouders. Ik heb er soms inderdaad moeite mee om mijn jongens los te laten. Mijn enige bekommernis is echter hun veiligheid, en hen aanwijzen hoe het leven in elkaar zit, waar ze dienen op te letten, aandacht voor hebben. Kinderen van 12, 13 jaar zijn nog veel te jong om reeds alles alleen te doen. Daar worden volgens mij ook al heel vroeg bepaalde kenmerken van bepaalde jongens geïnstalleerd, gecreëerd door een onveilige omgeving. Een omgeving waar het recht van de sterkste heel erg geldt.
Het komt hierop neer denk ik. De verantwoordelijkheid ligt bij de ouders, in de opvoeding van hun zonen. Liefde en mededogen. Voor elkaar. Voor zichzelf, maar ook voor de anderen. De andere niet als een bedreiging zien die dient onderworpen te worden. Hen inprenten dat ze zich niet hoeven te manifesteren in een groep. Hen duidelijk maken dat andere mensen, man of vrouw met respect en zonder geweld dienen benaderd te worden.
Deze wereld staat op een enorm kantelpunt. De manosphere, het compleet verwrongen mensbeeld in bepaalde regio’s. Het is bijna niet meer bij te houden. Maar als we het er toch over willen hebben, dan denk ik dat de enige oplossing ligt in de niet mis te verstane boodschap van dit gedicht van Kae Tempest :
But, when time pulls lives apart
Hold your own
When everything is fluid, nothing can be known with any certainty
Hold your own
Hold it till you feel it there
As dark and dense and wet as earth
As vast and bright and sweet as air
When all there is is knowing that you feel what you are feeling
Hold your own
Ask your hands to know the things they hold
I know, the days are reeling past in such squealing blasts
But stop for breath and you will know it's yours
Swaying like an open door when storms are coming
Hold
Time is an onslaught, love is a mission
We work for vocations until, in remission
We wish we'd had patience and given more time to our children
Feel each decision that you make
Make it, hold it
Hold your own
Hold your lovers
Hold their hands
Hold their breasts in your hands like your hands were their bra
Hold their face in your palms like a prayer
Hold them all night, feel them hold back
Don't hold back
Hold your own
Every pain
Every grievance
Every stab of shame
Every day spent with a demon in your brain giving chase
Hold it
Know the wolves that hunt you
In time, they will be the dogs that bring your slippers
Love them right and you will feel them kiss you when they come to bite
Hot snouts digging out your cuddles with their bloody muzzles
Hold
Nothing you can buy will ever make you more whole
This whole thing thrives on us feeling always incomplete
And it is why we will search for happiness in whatever thing it is we crave in the moment
And it is why we can never really find it there
It is why you will sit there with the lover that you fought for
In the car you sweated years to buy
Wearing the ring you dreamed of all your life
And some part of you will still be unsure that this is what you really want
Stop craving
Hold your own
But if you're satisfied with where you're at, with who you are
You won't need to buy new make-up or new outfits or new pots and pans
To cook new exciting recipes for new exciting people
To make yourself feel like the new exciting person you think you're supposed to be
Happiness, the brand, is not happiness
We are smarter than they think we are
They take us all for idiots, but that's their problem
When we behave like idiots, it becomes our problem
So, hold your own
Breathe deep on a freezing beach
Taste the salt of friendship
Notice the movement of a stranger
Hold your own
And let it be
Catching





Prachtige, rake tekst Jan.
Als vader van twee, ondertussen volwassen, dochters lees ik dit met de nodige kennis van zaken. Jammer genoeg.
De kwetsbaarheid van jongens, de verantwoordelijkheid van vaders en eigenlijk van hele gemeenschappen die mee de bedding vormen waarin zij leren mens te zijn, daar valt inderdaad nog iets over te zeggen.
De Britse punkband IDLES heeft er een mooi nummer over geschreven getiteld 'Samaritans';
"Man up, sit down
Chin up, pipe down
Socks up, don't cry
Drink up, don't whine
"Grow some balls, " he said
"Grow some balls"
The mask
Of masculinity
Is a mask
A mask that's wearing me
..."
Ook Kae Tempest is voor mij een kompas. Ik koester een mooi getekend exemplaar van 'Divisible by Itself and One' als een klein reliek en de laatste tijd zweer ik bij 'On Connection', een prachtig kleinood dat ik nooit of te nimmer zal uitlenen.
Je moet het zelf lezen, of mij vragen er zachtjes uit voor te lezen.
Dank voor deze liefdevolle, tedere en noodzakelijke reflectie.
Lieve groet, JP